Nieuws

NJI: Jeugdhulp in de mbo-klas

NJI: Jeugdhulp in de mbo-klas

Zo'n vijftig professionals van mbo-scholen, gemeenten en de jeugdhulp verzamelden zich vorige maand in een historische, maar strak gerenoveerde werfkelder in de Utrechtse binnenstad. Even uit hun dagelijkse werkomgeving deelden ze als collega's hun ervaringen met de samenwerking tussen de jeugdhulp en het mbo. Met als specifieke invalshoek: de hulpverlening in de klas.

 

In verschillende regio's wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van samenwerking tussen het mbo-onderwijs, gemeenten en de jeugdhulpverlening. In sommige vormen wordt jeugdhulp direct in de klas ingezet. Hoe ervaren verschillende partijen dit? Wat zijn de kansen en risico's van deze inzet, en welke randvoorwaarden zijn noodzakelijk? En wat levert deze inzet op? Antwoorden op deze vragen werden besproken tijdens de derde uitwisselingsbijeenkomst over jeugdteams en het mbo, georganiseerd door het Nederlands Jeugdinstituut. Het belangrijkste doel? Ervaringen delen en leren van de lessen in andere delen van het land.

 

Eerste praktijkvoorbeeld: onderwijs op maat

Een van deze nieuwe vormen van samenwerking is die tussen Scalda — een mbo-school met elf kleinschalige locaties in Zeeland, Breda en op Goeree-Overflakkee — en Educonsult Zeeland. Scalda wil van 'passend onderwijs' naar 'onderwijs op maat', vertelt Luc Allaerts, hoofd begeleiding bij de mbo-instelling. Dit betekent onder meer een betere integratie van onderwijs en begeleiding, niet alleen gericht op gediagnosticeerde studenten maar op alle studenten.

Een manier om dat te bereiken is de inzet van begeleiders van Educonsult — vaak orthopedagogen — direct in de klas.

 

In de klas

Bij Scalda worden per opleiding alle begeleidingsuren gebundeld. Voor die uren wordt een begeleider van Educonsult ingezet die onderdeel is van het team van de opleiding en werkt in de klas, vertelt Rhea Mommers, mede-eigenaar van Educonsult Zeeland. In de eerste plaats richt de begeleider zich op die leerlingen die recht hebben op ondersteuning. Maar omdat de begeleider aanwezig is in de klas, heeft hij of zij ook aandacht voor leerlingen zonder duidelijke hulpvraag maar die wel wat extra begeleiding kunnen gebruiken. Hiermee is de begeleiding heel laagdrempelig; leerlingen worden niet uit de klas gehaald als er 'iets mis met ze is', maar zien de orthopedagoog simpelweg als een extra docent in de klas.

 

Docenten

Een van deze begeleiders is Myrthe van Baal, die bij Scalda is verbonden aan een aantal klassen in niveau-2. Haar ondersteuning is heel divers, legt ze uit, variërend van het begeleiden van leerlingen met financiële problemen of bij het maken van planningen, tot de begeleiding van suïcidale leerlingen. De begeleiders rapporteren altijd in het leerlingvolgsysteem van de school, zodat alle informatie bij de school blijft. In sommige klassen is het voldoende om een half uurtje in de klas te zitten, wat niettemin heel belangrijk is, "zodat ook die leerlingen me blijven kennen". Naast individuele begeleiding richten Myrthe en haar collega's zich ook op de groep en op de docenten. Doordat de begeleiders in de klas zitten, zien ze patronen in de interactie tussen leerlingen en tussen leerlingen en docenten. Ze kunnen docenten direct ondersteunen, bijvoorbeeld wanneer een leraar vastloopt met een 'vervelende' klas.

Per opleiding en per team wordt goed bekeken welke behoeften er zijn en welke begeleider hierop het beste aansluit, vertelt Rhea Mommers. Maatwerk dus. Zo was er bij een ict-opleiding veel autismeproblematiek, dus is daar een begeleider met veel expertise op autisme ingezet om te helpen de opleiding autismevriendelijker te maken.

 

Betaalbaar

De inzet van begeleiders in de klas werpt zijn vruchten af. Zo geeft in een enquête 87 procent van de leerlingen aan  passende hulp te hebben ontvangen van de begeleider. Tegelijkertijd roept deze samenwerking van onderwijs en jeugdhulpverlening ook vragen op bij de deelnemers aan de bijeenkomst. Hoe reageerden bijvoorbeeld docenten? Myrthe heeft in de eerste paar dagen weerstand van sommige docenten ervaren; Luc Allaerts geeft aan dat ook schoolmaatschappelijk werkers en loopbaanbegeleiders bang waren dat hun werk werd afgenomen. Ze zijn daarom in een paar klassen begonnen waarna collega's zelf konden zien hoe de begeleiding in de klassen eruitziet, en vooral wat het oplevert. De weerstand verdween snel. Keerzijde hiervan is dat de vraag vanuit opleidingen voor deze begeleiding alleen maar groter wordt, zegt Luc Allaerts. "We zijn begonnen bij een ICT-opleiding in niveau-4, waar we veel studenten met autisme hadden. Daarna hebben we het uitgebreid naar andere opleidingen. Inmiddels willen de opleidingen deze ondersteuning niet meer kwijt."

 

Taken overnemen

In de zaal ontstaat discussie over rollen, taken en verantwoordelijkheden. Bestaat hier het risico dat docenten eigen verantwoordelijkheden, die ze misschien spannend vinden, afschuiven op de begeleiders? Myrthe herkent deze valkuil en geeft aan dat ze daarom, samen met de mentoren, vooral kijkt naar wat die mentor zelf gaat of blijft doen. Luc Allaerts onderstreept dit. "Het is niet de bedoeling dat begeleiders de begeleiding van mentoren gaan overnemen. Het eerste doel is de ondersteuning van docenten, zodat die meer handelingsbekwaam worden."