Nieuws

Een begeleider in de klas: goed voor studenten én voor docenten

Een artikel uit de nieuwsbrief passend onderwijs van de MBO raad:

Interview Marrig van de Velde

 

Een begeleider in de klas: goed voor studenten én voor docenten

 

Passend onderwijs kan heel knus zijn, blijkt op het Scalda. In het ICT-lokaal heeft de begeleider een gezellig hoekje ingericht. De snoeppot staat op tafel. Leerlingen schuiven makkelijk aan. En docenten ook, als ze advies nodig hebben over een leerling met een beperking. Laagdrempeliger kan haast niet. Hoe ze dat in Zeeland voor elkaar krijgen? Dat vertelt Marrig van de Velde.

 

“We koppelen een begeleider aan een team en brengen de begeleiding op de werkvloer,” vertelt Marrig van de Velde, mede-eigenaar van Educonsult Zeeland. Dat biedt heel veel voordelen. De begeleider kent bijvoorbeeld de einddoelen van de opleiding, hoort de verhalen in de docentenkamer en kijkt mee in de klassen. Marrig: “Leerlingen worden niet uit de klas gehaald. De begeleider ziet het als er iets met een leerling aan de hand is en kan ernaast gaan zitten. Leerlingen die bijvoorbeeld moeite hebben met plannen, kunnen begeleiding krijgen bij de instructie voor een opdracht. Op de plek zelf. Dat is effectiever dan een gesprek achteraf, over wat er allemaal niet goed ging in de afgelopen week.”

 

Een vertrouwensband

“We wilden het geld voor ondersteuning van leerlingen met een beperking breder besteden, aan alle leerlingen die het nodig hebben. Wij noemen dat onderwijs op maat,” vertelt Luc Allaerts, hoofd begeleiding en advies bij Scalda. “We hebben Educonsult gevraagd het concept uit te werken. We wilden de begeleiding dichtbij de studenten organiseren. Letterlijk. En ook de docenten ondersteuning bieden. Het werkt goed. We zien dat er met de docenten een vertrouwensband ontstaat.”

Marrig: “De docent kan aangeven wanneer er begeleiding nodig is. We zijn dan in een/het team beschikbaar om waar nodig in te vliegen. Docenten vragen soms of we mee willen kijken en meedenken over een andere benadering.”

 

Allemaal even enthousiast

De pilot is begin dit jaar gestart op drie opleidingen: op de ict-, de helpende en de koksopleiding. Op de ict-opleiding zitten relatief de meeste leerlingen met een beperking. Daar brengt de begeleider dan ook de meeste uren in het klaslokaal door.  

In alle drie de opleidingen zijn studenten en docenten even enthousiast over de nieuwe aanpak, blijkt uit een evaluatie. Een horecadocent schrijft: “Ik kan me niet meer voorstellen dat ik ooit zonder deze vorm van ondersteuning zou kunnen. De problematiek van niveau 2 studenten is dermate complex, dat je dit niet meer alleen af kan. Misschien als daar voldoende tijd voor vrijgemaakt kan worden, maar dan nog denk ik, dat de expertise van de begeleider onontbeerlijk is.” Een ICT-docent over de begeleiding in de klas: “Het is prettig dat studenten snel hulp kunnen krijgen en dat wij docenten tips/trucs krijgen waar we persoonlijk iets aan hebben.”

Als voordeel wordt ook genoemd dat de signalen die erop wijzen dat er iets mis is met een student, eerder opgepikt worden. Problemen kunnen dan in een vroeg stadium worden aangepakt, voordat ze escaleren.”